Het lijkt rustig op de politieke zee.

De golven van beloften stopten met grabbelen en kabbelen maar wat aan.

Het is voor velen bang uitkijken naar een nieuwe storm van peilingen.

Zij, die de laatste sprankel hoop op vergetelheid van het volk, in spaanders uiteen spatten.

Er is zoveel onrecht aangedaan, zoveel verkwist, geleuterd en geteuterd, misdaan.

Dat kan het gewone volk, die meute, dat kiesvee, dat in hun ogen gepeupel of ‘gemeen’ niet over haar kant laten gaan.

De verbittering, de ontgoocheling, het wantrouwen heeft gekerfd in die boom van hoop, die men democratie pleegt te noemen.

Hij stierf een bevochten dood en werd meegesleurd in de toorn van kolkende leugens, uit losgeslagen ego’s en ijdelheid, om ergens aan te spoelen en nooit meer te zijn.

Het vernoemen van de namen van sommige partijen doet bij zo velen de haren te berde rijzen.

De letterwoorden zijn als een vloek die dient verbannen, synoniem van rampspoed.

Gedesoriënteerd door zoveel onbekwaamheid en hoogmoed, zal de burger, want dat is zijn juiste benaming, vertwijfeld ter stemming gaan.

Wie haalt hem uit deze nachtmerrie?

Wie brengt hem menswaardige democratie?

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.