Er was een gigant in Overijse.

Er was een gigant in Overijse.

Er was de eenvoud zelve, de zich relativerende, de nuchtere, de meest gewone man.

Hij die uitschreewt: “Je veux de l’amour”, hij die zegt dat men misschien over zijn ziekte wil praten, maar dat hij niet daarvoor kwam.

Een fantastisch orkestje met Dire Straits allures, begeleidt hem.

Het is een man, wiens rug ik niet wil nakijken wanneer hij in het donker van het podium stapt.

Het is een man die bij mij moeten blijven, in mijn hoofd, in mijn oren, in mijn ogen, in mijn lijf.

“Brussels by night” is een geniaal nummer, steeds geweest en zal het steeds blijven.

Geen enkele Vlaamse zanger evenaart deze kunstenaar. Maar zoals men van Vincent Van Gogh zegt:”Niemand heeft hem begrepen”.

Hij heeft nog geen enkele koers gewonnen, en toch wil hij telkens naar de meet.

En niet in een volgwagen, maar op eigen krachten.

Politici, koningen, presidenten worden gehuldigd, bewierookt, op handen gedragen als halve heiligen.

Maar geen enkele van al die glorieuzen heeft mij maar 1 luttele seconde het geluk verschaft dat Raymond Van Het Groenewoud mij bezorgt van zodra ik hem zie.

Zijn liederen zijn gedichten op muziek, gedichten gewrongen uit een uiterst gevoelig, getormenteerd man.

Hoe diep kan ik buigen zonder jou te storen, Raymond.

Kan een afbeelding zijn van 2 mensen en gitaar

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.